Winkelwagentje
Uw mandje is momenteel leeg.
over saxofoon mondstukken
Het mondstuk van je saxofoon is eigenlijk het belangrijkste onderdeel.
Er zijn verschillende soorten mondstukken voor verschillende muziekstijlen, saxofonisten en saxofoons. Het mondstuk bepaalt door zijn specifieke (inwendige) vormen en het materiaal waarvan het gemaakt is, hoe het riet zal trillen en hoe de luchtkolom zich zal verplaatsen en daarmee, hoe je instrument zal klinken.
De toon die uit je instrument komt, bestaat niet uit één frequentie maar uit een hele reeks. Een zogenaamde grondtoon, dat is de toon die je speelt en voornamelijk hoort, bijvoorbeeld een C, met "daarbovenop" een opstapeling van een reeks steeds hoger klinkende boventonen, plus nog wat bijgeluiden. Deze boventonen en bijgeluiden hoor je niet bewust, maar hun intensiteit en balans bepalen hoe je de klank van je instrument ervaart. Door het mondstuk op een weloverwogen manier te vormen kan een mondstukken-fabrikant bepalen welke boventonen en bijgeluiden sterker of zwakker worden.
Dim lights Embed Embed this video on your site
Welk mondstuk is het meest geschikt voor jou?
Welk materiaal jij het prettigst in je mond vindt, kunststof of metaal, welk soort muziek je speelt, klassiek, jazz, blues, salsa, pop, wat jij mooi vindt klinken, speel je thuis of in een band; ect..
Wil je een nieuw mondstuk kopen, dan is het zeker zinvol om zélf te komen passen. Neem wat tijd om een selectie mondstukken bij ons uit te proberen. Wij zullen je helpen het passende mondstuk te vinden. Je mag ook altijd een paar mondstukken op zicht mee naar huis nemen om thuis of op les eens rustig te proberen en eventueel met je docent te overleggen. Een saxofoon mondstuk koop je niet iedere week, maak dus een wel overwogen keus.
Belangrijkste kenmerken:
* Verschillende kamergrootten. D.w.z. de inhoud van het middengedeelte van het mondstuk. Een kleine kamer geeft een gebonden kernachtig, helder geluid, de hoge tonen spreken gemakkelijk, de lage tonen wat moeilijk aan. Een grote kamer geeft een breed, wollig, donker geluid, lage tonen spreken makkelijk aan, hoge wat moeilijker. Met je mondtechniek kun je hier niet veel in compenseren.
* Lage of hoge Baffle. De baffle is het boven het riet gelegen plafond van het mondstuk. Als de baffle laag is, is er weinig ruimte tussen riet en plafond, hierbij word de grondtoon deels weggefilterd de boventonen worden versterkt, het geluid wordt scherp. Bij een hoge baffle ontstaat het omgekeerde, het geluid klinkt donker, doffer. Het aardige is dat je met een bepaalde mondtechniek de hoge tonen weg kunt filteren en de grondtoon versterken, je kunt hier dus wel compenseren. Neem je nu een mondstuk met een lage baffle, dan krijg je met gebruik van deze techniek de mogelijkheid de klank sterk te variëren. Sommige mondstukken zijn afgezien van het specifieke ontwerp per merk, in een aantal min of meer standaard variabelen te krijgen.
*Het gebruikte materiaal: brons en hardrubber worden het meest gebruikt.
Er zijn ook mondstukken van messing, aluminium, roest vrij staal, plastic, glas en hout.
*Verschillende tipopeningen. D.w.z. de afstand tussen het mondstuk en het riet gemeten aan het uiterste puntje. Het mondstuk loopt met een bochtje weg en het riet is recht. Als je gaat blazen op het mondstuk komt er pas geluid (gaat het riet trillen) als je het riet met je onderlip licht tegen het puntje van het mondstuk aandrukt. Door het naar de tip toe te buigen krijgt het een zekere voorspanning. Hoe verder de voorkant van het mondstuk ( de tip) van het riet verwijderd is hoe sterker je het riet moet aandrukken (buigen) om de tip te raken. Hoe sterker je het riet buigt, hoe meer voorspanning er in het riet ontstaat. Hoe meer voorspanning, hoe harder je moet duwen op je adem om het riet te laten trillen en hoe dikker, voller, de klank wordt. Een dun riet buigt makkelijk een dik riet moeilijk.
Door het naar de tip toe te buigen krijgt het een zekere voorspanning. Hoe verder de voorkant van het mondstuk ( de tip) van het riet verwijderd is hoe sterker je het riet moet aandrukken (buigen) om de tip te raken. Hoe sterker je het riet buigt, hoe meer voorspanning er in het riet ontstaat. Hoe meer voorspanning, hoe harder je moet duwen op je adem om het riet te laten trillen en hoe dikker, voller, de klank wordt. Een dun riet buigt makkelijk een dik riet moeilijk.
De twee uitersten: Neem een kleine tipopening en een dik riet dan krijg je in het algemeen een helder, kernachtig, projecterend, wat deftig geluid. Vooral toegepast in klassieke muziek. Neem een grote tip opening en een dun riet, dan krijg je een glijdend klankscala van helder/scherp naar een hees, een sterk gekleurd vol geluid. Vooral toegepast in Jazz/Blues. Deze Combinatie is veel moeilijker te besturen met je mond dan de eerste.